#

Onderwijs en wetenschap

Onderwijs en wetenschap

Goed onderwijs is het fundament van een bloeiende en betrokken samenleving. De Jonge Democraten Amsterdam beschouwen het als de plicht van de overheid zorg te dragen voorgoed onderwijs voor al haar burgers. Onderwijs is het breedste en meest diepgravende middel dat de overheid tot haar beschikking heeft om haar burgers in staat te stellen zichzelf te vormen en te ontplooien, en zo een betekenisvol en waardevol leven op te bouwen. Daarnaast zorgt onderwijs ervoor dat burgers zich met een kritische en betrokken blik gaan verhouden ten opzichte van de maatschappij. Ten derde is een kwalitatief hoogwaardig en flexibel onderwijssysteem een belangrijk middel om te voldoen aan maatschappelijke en economische behoeften.       

De Jonge Democraten Amsterdam vinden dat de overheid haar burgers met vertrouwen tegemoet moet treden. Docenten, ouders en leerlingen moeten bij het bestuur van hun eigen school een zeer belangrijke stem hebben en houden. De ontwikkeling van kinderen moet echter wel gewaarborgd zijn blijven, wat betekent dat de overheid de leerplichtwet zeer streng dient te handhaven. Onderwijs is mensenwerk en dat betekent dat het eindeloos vergroten van instellingen op de werkvloer ten koste gaat van de kwaliteit en de hanteerbaarheid van het onderwijssysteem. De Jonge Democraten Amsterdam juichen de ontwikkeling van de Brede School dan ook toe, mits organisaties de menselijke maat niet ontstijgen.  

Een docent moet lesgeven en onderwijsgeld moet naar onderwijs gaan. Helaas gaat een aanzienlijk deel van de werktijd van een docent op aan administratieve taken, en bestaat circa 40% van het personeelsbestand van de UvA uit onderwijsondersteunend personeel. Deze scheve verhoudingen zijn de Jonge Democraten Amsterdam een doorn in het oog. Ze zijn het resultaat van doorgeschoten schaalvergroting en van een verregaand wantrouwen van de overheid in de onderwijsinstellingen. De Jonge Democraten Amsterdam pleiten ervoor dat de administratieve taken van het onderwijspersoneel opnieuw worden afgewogen op hun nut en noodzaak, om een zo’n efficiënt mogelijke besteding van het budget mogelijk te maken. Het streven moet zijn, dat een docent minimaal 60 procent van zijn of haar tijd aan lesgeven moet kunnen besteden. De Jonge Democraten Amsterdam pleiten ervoor om innovatie en optimalisering ten allen tijde na te streven, maar daarbij moet de kwaliteit van onderwijs altijd leidend zijn en moeten dergelijke idealen dus ook met een pragmatische en realistische blik getoetst worden.

De bibliotheek is, ondanks de digitalisering en de opkomst van sociale media, nog steeds een belangrijk middel om kennis te ontsluiten. De Jonge Democraten Amsterdam achten de beschikbaarheid van kennis een pijler onder de democratie, een kiezer moet zich immers kunnen informeren.  De combinatie van kennis, rust en toegankelijkheid die de bibliotheek biedt, is in de ogen van de Jonge Democraten Amsterdam een waardevolle en onvervangbare faciliteit in de stad De gemeente moet bibliotheken dan ook blijven ondersteunen. In de sociale functie die bibliotheken spelen zien de Jonge Democraten Amsterdam kansen voor ondernemerschap. De centrale bibliotheek is hiervoor een goed voorbeeld: hier is het gelukt om een kenniscentrum en horeca in één gebouw te combineren, zonder dat deze twee functies elkaar bijten. Ook kunnen bibliotheken nog meer dan nu de samenwerking zoeken met scholen en organisaties zoals de Stichting Taalvorming.

Speciaal onderwijs bestaat uit alle onderwijsvormen die afwijken van het reguliere onderwijs. Dit is omdat het reguliere onderwijs niet geschikt is voor bepaalde mensen. Veelal wordt gesteld dat speciaal onderwijs betrekking heeft op mensen die niet goed genoeg presteren op verscheidene gebieden en daardoor niet kunnen meekomen. Het speciaal onderwijs moet ook die mensen bedienen voor wie het hoogste niveau niet uitdagend genoeg is, of die een dusdanig uniek talent hebben voor bepaalde dingen die extra aandacht in het onderwijs verdienen. Scholen moeten zelf aanvragen in kunnen dienen voor het ontwikkelen van speciaal onderwijsprojecten bij de gemeente. Methodes die op deze manier ontwikkeld worden, kunnen worden gedeeld met andere scholen, zodat het principe van “best practices” breed toegepast kunnen worden. Op deze manier wordt de verantwoordelijkheid voor het speciaal onderwijs bij de scholen gelegd, en worden deze financieel gestimuleerd innovatief te zijn in het onderwijs op maat.

Het bijzonder onderwijs in Nederland kan onderverdeeld worden in algemeen bijzonder onderwijs en confessioneel bijzonder onderwijs. De Jonge Democraten Amsterdam zijn kritisch ten aanzien van confessioneel bijzonder onderwijs. Onderwijs waarin een levensbeschouwing of religie dominant is, kan leiden tot een beperkt wereldbeeld en een situatie waarin kinderen en jongeren kennis over andere mogelijke visies op de wereld en het leven wordt onthouden. Dit zou een beperking op hun keuzevrijheid vormen. Op iedere bijzondere school in Amsterdam moet in het onderwijsaanbod ruimschoots aandacht zijn voor verschillende levensbeschouwingen en religies.

De Jonge Democraten Amsterdam pleiten voor kwaliteitsverbetering in het basisonderwijs. In dit verband vinden de Jonge Democraten meer instroom van academici in het basisonderwijs wenselijk. Sinds enige tijd bestaat de academische PABO, waarin naast het aanleren van praktische vaardigheden ook aandacht wordt besteed aan wetenschappelijke leertheorieën. Dankzij zijn wetenschappelijke inzichten is de academisch geschoolde basisschoolleraar goed in staat om tegemoet te komen aan de individuele leerbehoeftes van leerlingen in het basisonderwijs. De gemeente Amsterdam zou, indien nodig, een faciliterende rol kunnen spelen bij het (verder) ontwikkelen en uitbreiden van een door de UvA en/of de VU aangeboden academische PABO.

Momenteel ligt de leeftijd waarop kinderen voor het eerst naar school gaan op vier jaar en tot hun twaalfde volgen zij dezelfde lessen. Daarna wordt voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen verschillende niveaus. Het moet mogelijk worden om meer onderscheid aan te brengen op basis van talenten van verschillende leerlingen. Daarnaast is de kwaliteit van het onderwijs niet optimaal, met name op het gebied van rekenen. Een geautomatiseerde onderwijsvorm waarbij ondersteuning van computers gebruikt wordt kan hiervoor uitkomst bieden. Op deze manier behoeft het klassikaal onderwijs geen verdere aanpassing, en kunnen klassen van gemengd niveau blijven bestaan.

Op dit moment is er in Amsterdam een te groot aantal aanmeldingen voor onder meer basisscholen. De Jonge Democraten Amsterdam zijn van mening dat scholen de ruimte zouden moeten hebben om verder uit te breiden, mits dit ten koste gaat van een efficiënt schoolsysteem. Het ontwikkelen van dependances is hiervoor een oplossing, hoewel dit leidt tot grotere schoolgemeenschappen. Dergelijke maatregelen zijn volgens Jonge Democraten Amsterdam dan ook alleen raadzaam wanneer dit tot doel heeft deze dependances op termijn zich te laten ontwikkelen tot zelfstandige scholen.

Brede scholen zijn scholen waar een netwerk van voorzieningen zoals naschoolse opvang of instellingen voor sport en cultuur aanwezig is. Het streven om steeds meer van dit soort scholen te initiëren wordt van harte aangemoedigd, aangezien dit bijdraagt aan de ontwikkeling van de scholier maar ook de flexibiliteit van de ouders vergroot in relatie tot bijvoorbeeld werk.

Goed taalonderwijs is onontbeerlijk voor het functioneren in de maatschappij. Achterstanden moeten geprobeerd in een zo vroeg mogelijk stadium gesignaleerd te worden. Vervolgens dient alles in het werk gesteld te worden om een eventuele achterstand voor aanvang van de middelbare school weggewerkt te hebben. Helaas bestaan er in Amsterdam nog meerdere scholen die relatief veel kinderen hebben met een taalachterstand.  Voor dergelijke scholen is extra ondersteuning cruciaal. Daarom zijn de Jonge Democraten Amsterdam voorstander van het programma Stadsscholen020. Dit programma biedt scholen de hardnodige taalondersteuning middels extra handen in de klas en slimme samenwerkingsverbanden.

In Nederland, en in het bijzonder in Amsterdam en omgeving, is er een structureel lerarentekort in het voortgezet onderwijs. Dit tekort is vooral van kwalitatieve aard. De Jonge Democraten Amsterdam pleiten voor een voortzetting van het gemeentelijk ondersteuningsprogramma voor leraren.  Dankzij dit programma hebben vele Amsterdamse leraren de afgelopen jaren gebruik kunnen maken van een beurs om zich verder te ontwikkelen. Dit alleen is echter niet genoeg. Daarom pleiten de Jonge Democraten Amsterdam ook voor het inzetten van studenten in het middelbaar onderwijs, die kwalitatief hoogwaardige docenten ondersteunen in het lesgeven aan grotere klassen. Deze steun is in de vorm van kennis en vaardigheden, maar ook in het overnemen van administratieve taken. Hiervan profiteren niet alleen leerlingen en leerkrachten, studenten doen ook ervaring op in het onderwijs en kunnen zo worden gemotiveerd om zich hier verder in te ontwikkelen. De gemeente dient dit te financieren met een structureel budget. De Jonge Democraten Amsterdam zijn van mening dat elke leerling gelijke kansen moet krijgen op toegang tot het onderwijs, en daarom bij de toetreding tot een school geen selectie mag plaatsvinden op basis van afkomst – financieel, cultureel of anderzijds. Kandidaat-leerlingen van buiten Amsterdam mogen bij de veelgebruikte loting geen voordeel hebben boven leerlingen uit de gemeente zelf, zoals nu het geval is.

Iedere leerling is anders, en daarom moet Amsterdam een breed aanbod van scholing bezitten. Hierbij dient niet alleen veel aandacht te zijn voor leerlingen die een leerachterstand hebben, maar tevens voor excellentie. In Amsterdam moet het mogelijk zijn voor leerlingen om al op jonge leeftijd deel te kunnen nemen aan uitdagende studieprogramma’s. Geen enkele leerling mag zich vervelen op school vanwege onderwijs dat onvoldoende uitdaagt en de gemeente moet in samenspraak met scholen zich inzetten om die leerlingen waarvoor dit wel geldt verder op weg te helpen. Hierbij kan eventueel een samenwerking worden aangegaan met de universiteiten en hogescholen. Daarnaast verwachten de Jonge Democraten Amsterdam van de overheid de flexibiliteit om scholen zelf in te laten spelen op de wensen van leerlingen en ouders, zonder een nadruk op regels en standaardisering te leggen.  

De Jonge Democraten Amsterdam streven naar een Amsterdam waar iedereen gelijke kansen op ontwikkeling heeft. De bestaande scheiding tussen ‘achterstand- en ‘populaire’ scholen zorgt er echter voor dat de school waar een kind onderwijs volgt, direct invloed heeft op diens kansen. Om gelijke kansen voor alle kinderen te bewerkstelligen staan de Jonge Democraten Amsterdam een beleid van evenwichtige spreiding voor op basis van sociaaleconomische klasse. Onderzoek wijst uit dat een dergelijke spreiding zorgt voor een situatie waarbij kansarme kinderen beter presteren, terwijl de prestaties van kansrijke kinderen gelijk blijven. Om tot deze evenwichtig gemengde scholen te komen, moet de kwaliteit van achterstandsscholen toenemen, moeten populaire scholen voldoende duidelijk maken dat alle kinderen welkom zijn en moeten ouderinitiatieven voor groepsgewijze aanmelding van kansrijke kinderen op achterstandsscholen gesteund en gestimuleerd worden. Scholentours kunnen ook een goed middel zijn om tot gemengdere scholen te komen. Deze georganiseerde tours geven ouders de gelegenheid om verder te kijken dan het lijstje van scholen dat ze aanvankelijk in gedachten hadden en om vooroordelen over bepaalde scholen weg te nemen

De Jonge Democraten Amsterdam pleiten ervoor om het zwaartepunt van de bestrijding van jeugdcriminaliteit bij de handhaving van de leerplichtwet te leggen. Dit voorkomt dat jongeren, die beginnen als problematische spijbelaars, verder afdalen naar crimineel gedrag. Door er op tijd bij te zijn biedt een goede aanpak deze jongeren bovendien kansen die ze op eigen kracht wellicht niet hadden gegrepen. Hierbij moet gewaakt worden voor overreactie. Elke puber mist weleens een les. De overheid moet pas ingrijpen op het moment dat scholen een probleem signaleren en ouders en leerling niet zelf tot verbetering kunnen komen.

De verantwoordelijkheid voor de opvoeding van een kind ligt primair bij de ouders. Problemen met een leerling worden dan ook zo veel mogelijk opgelost in de driehoek school-ouder-kind. Als dat niet lukt, en de overheid er in de vorm van bijvoorbeeld een leerplichtambtenaar aan te pas moet komen, dan worden de ouders zoveel mogelijk bij de oplossing van de problematiek betrokken.

Het moet voor mbo-studenten mogelijk zijn zich zo breed mogelijk te ontwikkelen. Daarom pleiten de Jonge Democraten Amsterdam voor een flexibele doorstroom binnen de verschillende niveaus die het mbo-onderwijs aanbiedt. Tevens achten wij mogelijkheden tot het versnellen en vertragen van opleidingen als geschikte manieren om te kunnen differentiëren. Ook is het van belang dat excellente leerlingen genoeg worden uitgedaagd om het uiterste van hun kunnen te tonen. De Jonge Democraten Amsterdam vinden het een meerwaarde dat een opleiding op verschillende instellingen gegeven wordt. Hierdoor kunnen instellingen andere accenten leggen. Dit bevordert de diversiteit binnen de opleidingen en geeft studenten een breder kader waarbinnen zij zich kunnen specialiseren. Een goede voorlichting is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat leerlingen zich bewust zijn van het aanbod binnen verschillende studies. Het is daarom wenselijk dat er op het vmbo uitgebreide aandacht wordt besteed aan vakkenpakketkeuze en studievoorlichting.

De Jonge Democraten Amsterdam zijn voorstander van:

  • Het ontwikkelen van de Brede School, mits de organisatie niet de menselijke maat overschrijdt.
  • Innovatie en optimalisatie worden altijd nagestreefd, echter blijft kwaliteit altijd leidend.
  • Kwaliteit in het basisonderwijs moet omhoog, dit zou bereikt kunnen met instroom van meer academici.
  • Een evenwichtige verspreiding van kinderen op basis van hun sociaal-economische klasse.
  • Minder goed presterende scholen worden verplicht te investeren, om zodoende de kwaliteit te verbeteren.